mei
25
De Egyptische president Hosni Moebarak praatte gisteren, zondag, met de Congolese president Joseph Kabila over de verdeling van het water uit de Nijl. Moebarak sprak ook met de Keniaanse premier Raila Odinga.
Volgens premier Odinga wil geen enkel land uit het Nijlbekken de belangen van Egypte schaden. Vijf landen uit het Nijlbekken tekenden begin mei een raamakkoord dat mikt op samenwerking rond het gebruik van het water uit de Nijl. De ondertekenaars waren Ethiopië, Kenia, Oeganda, Rwanda en Tanzania. Egypte en Soedan waren felle tegenstanders van dit akkoord.
Het raamakkoord werd in 2007 uitgewerkt. Bedoeling was een permanente commissie voor het Nijlbekken op te richten. Aan die commissie zouden de volgende landen deelnemen: Burundi, Eritrea, Ethiopië, Kenia, Oeganda, de DR Congo, Rwanda, Soedan, Tanzania en Egypte.
Volgens het Egyptische persagentschap MENA praatten Moebarak en Kabila over de bilaterale betrekkingen, belangrijke Afrikaanse kwesties en het dossier van de Nijl. Kabila verklaarde dat Congo de Egyptische belangen rond het Nijlwater niet wil schaden. De Congolese president is van mening dat alle overeenkomsten over het Nijlwater door alle betrokken landen moeten worden goedgekeurd.
Egypte wil zijn aanspraken op het Nijlwater beschermen. Maar de stroomafwaarts gelegen landen willen meer Nijlwater voor hun ontwikkelingsprojecten. Egypte en Soedan baseren zich graag op quota uit de koloniale akkoorden die ze ooit afsloten met Groot-Brittannië. Volgens die akkoorden hebben beide landen samen recht op ruim 85 procent van het Nijlwater.
Bron: Congoforum

