Door: Anna Ensing, Irewoc

De productie van leer en leerproducten is een belangrijke tak in de national ecomomie van Bangladesh. De sector draagt vooral bij aan hoge export cijfers. Helaas gaat de productie van leer gepaard met zeer ernstige milieu vervuiling. Bovendien zijn de werkomstandigheden van de arbeiders in leerlooierijen, waaronder kinderen, erbarmelijk. Zo schrijft Anna Ensing, van Irewoc, in een ingezonden bijdrage voor Updaid.

Export versus lokale markt
Aan het eind van de jaren ’80 voerde Bangladesh, onder invloed van het IMF en de Wereldbank, een serie markt hervormingen door. De productie van leer werd, net als andere sectoren, geprivatiseerd en gepromoot als export sector. Leer en leerproducten zoals schoenen en tassen zijn vandaag de dag belangrijke exportproducten van Bangladesh. De sector voorziet in arbeidsplaatsten en draagt, met name vanwege de export, met een aanzienlijk deel bij aan het BNP. Italie, Japan, Hong Kong, Spanje, Duitsland, Engeland en de VS zijn de grootste importeurs. De regering van Bangladesh heeft leer daarom tot prioriteit sector uitgeroepen.

Ondanks de toenemende exportcijfers ondervindt de leersector ook moeilijkheden. Exporterende leerproducenten doorstonden sinds de jaren ’80 veel prijsfluctuaties op de wereldmarkt, waardoor de prijs van het exportproduct soms zelfs lager lag dan de productiekosten. Een gebrekigge kennis van technologie maakt beantwoorden aan de globale standaardeisen moeilijk. Recentelijk heeft Bangladesh vooral te kampen met concurrentie vanuit China, waar leerproducten vaak nog goedkoper worden geproduceerd.

De productie van leer vindt plaats in leerlooierijen, geconcentreerd in de wijk Hazaribagh, in de hoofdstad Dhaka. Leerlooierijen bestaan in alle soorten en maten. Slechts een klein percentage van de leerlooierijen is groot van schaal en uitgerust met de benodigde technologie; dit zijn met name de exporterende looierijen. De overige bedrijfjes zijn kleinschalig, informeel en verichten de productie grotendeels handmatig; deze producten komen vooral op de locale markt terecht. Het is in deze laatste categorie dat de meeste werkende kinderen, al vanaf 10 jaar oud, te vinden zijn. De scheidslijn tussen de twee soorten looierijen is echter moeilijk te trekken daar onderlinge uitbesteding voorkomt. Exporterende bedrijven geven, om grote aanvragen te verwerken of kosten te drukken, soms een deel van hun productie uit handen aan kleinere bedrijfjes.

Arbeidsomstandigheden en milieu
De arbeidsomstandigheden van de werknemers zijn in alle looierijen ronduit slecht. Men maakt lange dagen en er wordt zonder veel bescherming gewerkt met chemische stoffen als chroom, zwavelzuur en natriumsulfide. Op de lange termijn kunnen deze zelfs kanker veroorzaken. In veel looierijen worden kinderen ingezet als hulpjes voor volwassen werknemers. Sommige kinderen wonen ook in de looierijen omdat zij zonder familie vanaf het platteland naar de stad zijn gemigreerd. Zij worden continue blootgesteld aan gezondheidsrisico’s en genieten geen onderwijs of vrije tijd. De kleine informele bedrijfjes worden echter niet door de nationale arbeidswet gedekt, en de grote bedrijven kunnen de zeldzame inspecties met gemak omzeilen.

Daarnaast veroorzaakt de productie van leer in Hazaribagh een ernstige bedreiging voor de natuurlijke omgeving. Geen enkele looierij in deze wijk beschikt over een gedegen verwerker van afvalstoffen. Chemische stoffen komen na gebruik direct terecht in de lucht, de aarde en het water van de nabije Buriganga rivier. Hazaribagh is vandaag de dag een van de meest vervuilde gebieden op aarde. Milieu activisten strijden al jaren tegen de looierijen, maar krijgen weinig steun van de regering. Export gaat in dit geval boven alles. Zo’n tien jaar geleden onstond het plan om de looierijen te verhuizen naar een nieuw gebied waar een afvalverwerker zou worden geinstalleerd. De onderhandelingen zijn nog steeds aan de gang en het is erg onwaarschijnlijk dat het doel, om in 2010 verhuisd te zijn, gehaald zal worden.

De verantwoordelijkheid van wie?
De verslechterde situatie in Hazaribagh moet veranderen, maar wiens verantwoordelijkheid is dit precies? Kleine ondernemers, vaak zelf begonnen als kindarbeiders, maken een minimale winst, en zijn wat betreft infrastructuur vaak afhankelijk van grote ondernemers. De eigenaren van grote looierijen leggen de verantwoordelijkheid bij de leer importeurs in het westen: ‘De rijke landen meten met twee maatstaven’, zo redeneert menigeen van hen, ‘ze verkopen de benodigde chemische stoffen voor hoge prijzen, en willen de leerproducten bijna gratis. Wij ondersteunen met moeite de nationale economie maar worden door het westen bekritiseerd om het exploiteren van onze mensen.’ Zeker gezien de nationale en zelfs globale competitie zijn ondernemers niet bereid zich als enige ‘op te offeren’ en zich aan wetten te houden. De regering op haar beurt hinkt op twee benen: enerzijds probeert zij de internationale donor gemeenschap te vriend te houden en internationale wetten te respecteren. Anderzijds is het exporteren van leer van groot belang; men kan zich afvragen hoe sterk de druk van de internationale financiele instituties om de leer te blijven exporteren in dit geval is. Het resultaat is dat de export sector krampachtig kinderarbeidvrij wordt verklaard, terwijl de informele bedrijfjes ongemoeid worden gelaten.

Er zijn plannen binnen de Europese Unie om een importstop te zetten op leer uit Bangladesh. Looierijen zouden zo verplicht worden betere arbeids-en milieu maatregelen te treffen. Toch zal alleen buitenlandse druk niet genoeg zijn om een daadwerkelijk verschil te maken in Hazaribagh, al was het alleen al om de grote aantallen informele bedrijfjes die voor de lokale markt produceren. Hiervoor is goed beleid voor kleine ondernemers nodig; door geconditioneerde steun zouden zij hun bedrijven kunnen professionaliseren. Lobbygroepen zouden zich moeten richten op het beter verenigen van internationale handelsverdragen met lokale behoeftes en mogelijkheden. De oplossing voor de kinderarbeid ligt veelal in rurale armoedebestrijding en goede toegang to onderwijs, en niet op een eenzijdige boycot. Tenslotte is het zaak van de regering het nakomen en inspecteren van arbeids en milieu wetten serieus te nemen. Echter, gezien de competitie op de wereldmarkt, zullen alleen wereldwijde toepassing van arbeids- en milieu standaarden het gedrag van de leerproducenten daadwerkelijk kunnen veranderen.

Stem of voeg toe aanUitleg over het gebruik van deze icons :  Plaatsen/stemmen op NUjij Plaatsen/stemmen op eKudos Plaatsen/stemmen op MSN Reporter Plaatsen/stemmen op Digg Stumble it! Voeg dit artikel toe aan Del.icio.us Voeg toe aan je Google bladwijzers Abonneer je op de RSS-feed van deze site Verstuur deze pagina per e-mail via Feedburner

Reacties

Reageer