jun
7
Drs. Hans R.J. Sluijter
Voorzitter Updaid
hans@updaid.nl
Het werd weer eens tijd voor een onderzoek en dus stortte ik mij weer in de NGO-wereld. Zoals u van mij gewend bent, zijn de resultaten soms teleurstellend en krijgen enkele organisaties een ereplaats op de schandpaal.
Deze keer benaderde ik 10 Belgische en 10 Nederlandse NGO’s met een aantal prangende vragen. Het doel was niet alleen om antwoord op de vragen te krijgen, maar ook om te bezien hoe open NGO’s zijn, hoe kwetsbaar ze zichzelf durven op te stellen en hoe bereikbaar ze zijn voor een doodgewone sterveling (de burger). Deze keer heb ik een selectie gemaakt bestaande uit slechts enkele grotere of meer bekende organisaties, aangevuld met kleine en minder bekende NGO’s.
Ik legde de 20 NGO’s het onderstaande verhaal met vragen voor:
Studies van de Wereldbank tonen aan dat een kwart tot eenderde van alle interventies (lees: projecthulp) niet goed loopt of mislukt. Dat is ook zo in Nederland en in België. Dit feit wordt onderschreven door hoogleraren en politici.
Persoonlijk ben ik van mening dat het niet erg dat eenderde van de projecthulp mislukt, indien we er maar open dialoog mee zoeken zodat we kunnen leren. Geen leren zonder reflectie. Hopelijk streeft u dit ook na.
Mijn vragen aan uw organisatie zijn:
1. Wanneer beschouwen jullie een project als mislukt?
2. Hoeveel procent van jullie projecten, schat u in, halen de doelen niet?
3. Rapporteert u hierover? Hoe?
4. Vindt u het moeilijk om openbaar over mislukte te doelen te spreken? Waarom wel/niet?
5. Welke balans kunt u opmaken als u alle plussen en minnen bij elkaar optelt: heeft uw hulp dan zin(geving) gegeven? In welke mate?
De vragen lijken mij reëel en legitiem. Nu de antwoorden.
Ik begin met de negatieve uitslagen. Zeven organisaties hebben op herhaaldelijk verzoek niet willen antwoorden. Deze zijn:
• Nederland: XminY, Aqua for All, Tropenbos, Netherlands Centre for Indigenous People;
• België: Tearfund, Trias, Fos – Socialistische Solidariteit.
Je zou kunnen denken dat als je niet antwoord, dat je niets verkeerd kunt doen. Niet in mijn denken. Ik ga er van uit dat deze organisaties geen antwoord KUNNEN geven, gewoonweg omdat ze mijn belastinggelden niet verantwoorden. Helaas bestaat er geen inspectiedienst voor ontwikkelingssamenwerking, maar ik zou de genoemde organisaties graag chirurgisch willen ontleden. Het is zielloos en in mijn ogen een vorm van mismanagement dat je legitieme vragen niet in een open platform wilt bespreken. Je neemt de burger daarmee niet echt serieus en dat is kleinerend. Ik slaak een diepe zucht, troosteloos en vermoeiend.
Een zevental organisaties gaven wel een reactie maar vonden dat ze niet paste in dit onderzoek. Dientengevolge meende ze dat ze niet mee hoefde te werken aan het onderzoek. Redelijk of vluchtgedrag? Ik geef een opsomming van hun argumenten. Het eerste bulletpoint is steeds de reactie die ik terug mocht ontvangen, het tweede betreft mijn commentaar.
NEDERLAND
FMO
• ‘Je verzoek antwoord te geven op een aantal vragen kwam bij mij terecht. FMO heeft transparantie hoog in het vaandel dus we hebben er geen problemen mee antwoord te geven op je vragen. Ik wil daarbij wel aangeven dat wij niet als hulporganisatie in de zin van NGO’s te definiëren zijn en dus ook niet aan projecthulp doen. FMO is een publiek-private samenwerking, met 51% van de aandelen in handen van de Staat en 49% bij private bedrijven. We hebben geen donateurs zoals NGO’s en hoewel we geen winstoogmerk hebben, leveren onze investeringen wel rendement op dat vervolgens wordt geherinvesteerd in ontwikkelingslanden. FMO gaat uit van een zakelijke relatie met haar klanten – bedrijven in ontwikkelingslanden en opkomende markten – op een gelijkwaardige manier.’
• Ik heb FMO toch verzocht de vragen te proberen te beantwoorden, maar er volgde geen reactie. Dat bevreemd mij. Op hun website staat: ‘We believe in practicing what we preach, so we implement the same governance standards we expect from our clients. (…)Thanks to an extensive partner network, built up over more than 30 years, we have rooted ourselves in both the developing countries and the sectors with which we work. Cooperation with partners also mobilizes more funding than any single investor could provide alone.’ Geen idée hoe de gelden dan worden geherinvesteerd, wie dat doet en hoe dat gecontroleerd wordt. De hele reactie van FMO ruikt naar een behoefte voor meer onderzoek. In hoeverre is ‘ontwikkelingshulp’ een side dish en in hoeverre een core business?
Inmiddels heeft FMO een meer gedegen antwoord ingestuurd en dat kunt u HIER lezen.
Rode Kruis
• ‘Begin juni verschijnt het jaarverslag over 2009, ik denk dat dat u een aardig beeld geeft en uw vragen voor een belangrijk deel beantwoordt.’
• Lekker makkelijk. Verwijs me maar naar een boek vol met oneliners en niet onderbouwde data. Hier neem ik geen genoegen mee. Het is voor een dergelijke organisatie niet normaal dat ze zo omgaan met fondsen en gegevens.
AgroMisa
• ‘Allereerst wil ik zeggen dat Agromisa geen hulporganisatie is, maar een informatienetwerk op het gebied van praktische landbouwkundige en daaraan gerelateerde kennis en ervaringen. (…) Agromisa rapporteert over specifieke deelprojecten aan bedrijven en/of organisaties die daaraan hebben meebetaald. Verder wordt er jaarlijks een externe audit gedaan. Voor de duidelijkheid, Agromisa heeft geen meerjaren subsidie, dus we dienen onze eigen broek op te houden middels concrete output (ca 6 nieuwe titels per jaar en een gemiddelde afzet over de laatste 5 jaar van zeker 30.000 boeken per jaar). De vraag of ons werk zin heeft houdt ons zeker bezig en gezien de teruglopende aandacht in Nederland voor kleinschalige landbouw elders in de wereld en het verdwijnen van echte expertise maakt het verder ontwikkelen van onze werkzaamheden vanuit Nederland wel steeds moeilijker. Vandaar wordt gekeken wat er ter plaatse kan worden gedaan. Zoals je ook wel hebt kunnen constateren verloopt de subsidieverlening via consortia die enkel voor het geld met elkaar gaan samenwerken. Bij een negatieve beoordeling van de programmavoorstellen vallen de meeste van deze consortia uiteen. Landbouwontwikkeling staat in het Nederlandse ontwikkelingsbeleid niet meer op een hoge plaats in het prioriteitenlijstje.’
• Wellicht heb ik deze NGO verkeerd geselecteerd, maar hun missie betreft (aldus hun website): Agromisa works to improve the livelihoods of small-scale farmers, mainly in rural areas in the South, by improving their access to practical information about sustainable agricultural. In mijn ogen ben je dan wel een hulporganisatie. Tja, ik vind dat semantisch redetwisten. Geen idee wat de organisatie nu wel of niet doet.
BELGIË
Pax Christi
• ‘Dat zijn boeiende vragen. Maar Pax Christi International valt niet onder de categorie van projectorganisaties m.b.t. humanitaire hulp. Daarom kan ik jouw vragen niet beantwoorden.’
• Dat is vreemd. Op hun website staat onder het kopje WHAT IS PAX CHRISTI?: Pax Christi International is a non-profit, non-governmental Catholic peace movement working on a global scale on a wide variety of issues in the fields of human rights, human security, disarmament and demilitarisation, just world order and religion and violent conflict. Vluchtgedrag
VICNGO
• ‘Momenteel zitten we midden in een aanvraag voor een nieuw 3 jaren programma en dit krijgt uiteraard voorrang.’
• Nimmer meer wat van vernomen. Vluchtgedrag.
PHOS
• ‘PHOS is een kleine koepel organisatie met 1 project in het zuiden dat nog niet zolang bestaat. Wij zijn dus geen traditionele hulporganisatie en niet representatief om deze vragen te beantwoorden.’
• Ik daag u uit om hun website te bekijken www.phos.be. Ze doen zich veel groter aan. Het lijkt mij een typisch voorbeeld van een organisatie die zich naar buiten toe enorm graag willen profileren maar inhoudelijk niets kan presenteren. Het is exemplarisch voor steekhouder DRAAGVLAK in mijn theoretische kaders over de kwadranten en de duivelsdriehoek. Zo’n website met maar één project: dit klopt niet.
Amnesty
• ‘Ook al zijn wij geen ‘hulporganisatie’ in de betekenis van humanitaire of ontwikkelingsorganisatie, Amnesty International staat uiteraard stil bij het effect en de impact van haar acties. In maart 2010 werd de laatste hand gelegd aan het duurzaamheidsverslag van de Vlaamse afdeling van Amnesty International. Dit verslag gaat over het fiscaal en kalenderjaar 2009 en werd goedgekeurd op de Algemene Vergadering zaterdag 24 april 2010 in Brussel. Met dit verslag wil Amnesty laten zien dat zij een toonbeeld is van duurzaam ondernemen op alle domeinen van haar activiteiten en in haar interne structuur. In het verslag wordt niet alleen aandacht besteed aan economische aspecten, maar ook aan o.a. milieu, veiligheid, welzijn en een deugdelijk bestuur. Het duurzaamheidsverslag is gebaseerd op de richtlijnen van het GRI (Global Reporting Initiative).’
• Hier kan ik werkelijk waar helemaal niets van maken. Het antwoord begint met een vlucht, die vervolgens via een dwaalspoor wordt overruled. Waarom geven ze niet gewoon antwoord op mijn vragen? In een eerder onderzoek werkte ze ook al niet mee en ik begin twijfels te krijgen over het nut van deze organisatie in de samenleving en voor ontwikkelingslanden. Spijtig.
Organisaties die ik met recht verkeerd heb geselecteerd waren: Partos en Studio Globo.
Graag wil ik alle positieve inzendingen belonen, door ermee te eindigen.
NEDERLAND
Artsen Zonder Grenzen
Vraag 1
Een project is mislukt als we er niet in slagen om mensen in nood op tijd een goede oplossing bieden voor hun problemen. Het is overigens moeilijk om ‘mislukt’ te definiëren. Mislukt kan betekenen dat het ons niet lukt om toegang tot de bevolking te krijgen van de strijdende partijen in een conflict, zoals dat in 2009 in Sri Lanka het geval was. Of wanneer Artsen zonder Grenzen (AzG)uit een land wordt gezet, zoals dat in Darfur gebeurde. Het kan ook zijn dat de werkelijke behoeften van een bevolking anders zijn dan we hadden ingeschat. Toen AzG in 2004 in Manipur in India een project begon, waren wij ervan overtuigd dat malaria de meeste dringende medische behoefte was, dat bleek uiteindelijk een misvatting. HIV-AIDS bedreigde deze door een conflict geplaagde bevolking. Projecten kunnen soms ook niet aan AzG kwaliteitscriteria voldoen. Bijvoorbeeld wanneer we er niet in slagen om in een TB programma voldoende patiënten te genezen, zodat er kans op herinfectie in een bevolking bestaat. Als een project dreigt te mislukken proberen wij natuurlijk altijd correcties aan te brengen.
Vraag 2
Het is moeilijk aan te geven hoeveel projecten als mislukt, kunnen worden aangemerkt omdat de criteria niet eenduidig zijn, overigens zijn het overgrote merendeel van onze projecten succesvol. Wel rapporteren wij over toegangsproblemen en de kwaliteit van onze projecten in ons jaarverslag dat in 2009 nog de Transparant prijs ontving voor de volledige en transparante verslaglegging. Ook communiceren wij over onze resultaten met lokale autoriteiten door middel van periodieke rapportages.
Vraag 3 en 4
In het geheel niet, wij vinden dat we openhartig moeten spreken over onze successen en onze mislukkingen. Soms doen wij dat in reactie op vragen in andere gevallen doen wij dat proactief door bijvoorbeeld de uitkomsten van eigen onderzoek te presenteren. Een goed voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld de studie naar het misbruik van hulp door strijdende partijen in Chad en Darfur. (http://www.odihpn.org/report.asp?id=3010)
Vraag 5
Wij zijn ervan overtuigd dat medische noodhulp zin heeft. Hulporganisaties redden jaarlijks duizenden levens en proberen bij te dragen aan een menswaardiger bestaan voor mensen in nood. Natuurlijk kan hulp soms onbedoelde effecten hebben, het kan corrupte regimes versterken, hulp komt soms niet bij de degenen terecht die die hulp het hardste nodig hebben, daar zullen hulporganisaties ook kritisch zelf naar moeten kijken. Tegelijkertijd moeten de verwachtingen van hulp realistisch zijn, het draagt bij maar biedt veelal geen structureel oplossingen voor problemen.
Stichting Vluchteling
Vraag 1
We beschouwen een project als mislukt als er (ondanks alle investeringen en inspanningen) geen resultaten zijn behaald. Bij een project gaan we uit van een x-aantal mensen die we kunnen helpen. Indien de beoogde doelgroep bij lange na niet bereikt wordt zoals voorzien, dan beschouwen we een project als mislukt.
Vraag 2
Doelen zijn bij Stichting Vluchteling gerelateerd aan het aantal te helpen mensen en de kwaliteit van de hulpverlening. Stichting Vluchteling hanteert strenge procedures, monitoring- en controle mechanismen. Hierdoor zijn we continue op de hoogte van het verloop van door ons gesteunde projecten en kan (indien nodig) tijdig worden bijgestuurd. Door strenge criteria vooraf wordt voorkomen dat we kansloze projecten of projecten van slechte implementerende partners financieren. Hierdoor komt het eigenlijk nooit voor dat projecten grotendeels mislukken of de gestelde doelen niet gehaald worden.
Wel komt het natuurlijk voor dat doelen slechts gedeeltelijk behaald worden, maar dat zien we dan niet zomaar als een mislukt project. Binnen een dergelijk project zijn er vaak nog veel dingen die wél goed zijn gegaan, en zijn veel vluchtelingen en/of ontheemden wél geholpen.
Stichting Vluchteling is actief in fragiele staten en conflictgebieden, daardoor kunnen er soms omstandigheden zijn waardoor projecten (door externe omstandigheden) niet uitgevoerd kunnen worden volgens plan. Bijvoorbeeld in Darfur, waar vorig jaar twaalf hulporganisaties door het Soedanese regime binnen een week het land moesten verlaten.
Vraag 3
Stichting Vluchteling is ISO-gekwalificeerd en legt binnen vastgestelde procedures continue schriftelijke verantwoording af (aan haar Bestuur en Raad van Toezicht, aan het Centraal Bureau Fondsenwerving, aan backdonoren, aan accountants, aan ISO). Indien een project zou mislukken of gedeeltelijk niet (meer) kan worden uitgevoerd, vordert Stichting Vluchteling de door haar beschikbaar gestelde middelen terug. In rapportages naar controlerende instanties en in het jaarverslag wordt systematisch aandacht besteed aan eventuele knelpunten binnen projecten en aan projecten die anders zijn gelopen dan gepland.
Daarnaast evalueren we de hulpverlening ook. Dit laten we doen door externe, onafhankelijke experts, die hiervoor ook onze ‘doelgroep’ benadert (voor zover mogelijk als het om vluchtelingen gaat) .Verbeter- en leerpunten worden dan meegenomen bij de uitvoering van toekomstige projecten.
Vraag 4
Nee, Stichting Vluchteling is hier zo transparant mogelijk over. Echter, zoals hierboven gesteld doen we er alles aan om mislukkingen zoveel mogelijk te voorkomen. Ook proberen we eventueel mislukte doelen aan te grijpen om er van te leren. Daarnaast moet worden opgemerkt dat mislukte doelen altijd in een context moeten worden geplaatst en vaak niet op zichzelf kunnen worden gezien. Bijvoorbeeld een laag bezoekersaantal in een medische post, omdat blijkt dat een kilometer verderop een andere organisatie (tegen de nationale procedures in) plotseling gratis medische zorg verstrekt. Of een tegenvallend resultaat van een agrarisch programma omdat dat jaar de regen tijdens het regenseizoen is uitgebleven.
Niet-voorziene omstandigheden spelen een grote rol in noodhulp in oorlogsgebieden. In die zin gaat het bij noodhulp (en ook bij wederopbouw) veel meer om korte termijn doelstellingen die nogal afwijken van langdurige ontwikkelingssamenwerkings-projecten,
Vraag 5
Stichting Vluchteling werkt in conflictlanden, in buurlanden van conflictlanden en altijd met kwetsbare bevolkingsgroepen (vluchtelingen en ontheemden). In die context zijn de noden van mensen vaak erg groot. Onze projecten hebben absoluut zin omdat ze voor veel mensen het verschil maken tussen wel of niet toegang tot medische zorg, wel of niet een dak boven het hoofd, wel of niet een maaltijd hebben, wel of niet de mogelijkheid kinderen naar school te sturen enz. Vaak gaat het hier toch om een kwestie van leven en dood. Elk mens dat je helpt of redt is goed, dat zijn andere afwegingen dan bij het reguliere lange termijn projecten werk.
BELGIË
Louvain Cooperation au Développement
Wij zijn inderdaad een Franstalige NGO, met weinig of geen activiteit in het Vlaamse gedeelte van België en, helemaal geen acties in Nederland. (Onze excuses dus voor de taalfouten in deze e-mail)
Als NGO verbonden aan de Université Catholique de Louvain zit het in onze genen van objectief en wetenschappelijk te onderzoeken of een project een sukkes is of niet, en wat de redenen daarvoor zijn. Wetenschappelijk (sociaal wetenschappen) omgaan met ontwikkelingsvragen is voor ons essentieel. Hieronder vindt u onze reacties op de vragen die u stelt.
Vraag 1
We hebben intern geen definitie daarvoor maar wel procedures voor de evaluatie van onze projecten:
• Voor elk project worden resultaten en activiteiten omschreven, verbonden aan een set van indicatoren. Die indicatoren worden formeel jaarlijks opgevolgd. De project verantwoordelijk volgt dit wel van dichterbij, maar niet formeel.
• Elke 3 jaar is er ook een externe evaluatie voorzien. Dit dient dan om de strategie van de 3 volgende jaren op poten te zetten.
Een van onze specificiteit is ook dat we niet werken op basis van een oplossing / methode / technologie die we overal ter wereld willen verspreiden. Wij verkiezen een lange termijn aanwezigheid in een regio en een aanpassing van onze projecten aan de noden ter plaatse.
We werken dus wel in een perspectief van perpetuele verbetering van de projecten en niet zozeer in een definitie van categorisering in goede of slechte projecten.
Vraag 2
Het is, zoals hierboven geschreven, moeilijk een cijfer daarop te plakken, maar onze schatting van projecten die hun doel onvoldoende halen (het is uiteraard niet zwart of wit), zou rond de 15 % zijn.
Vraag 3
Ja, wij rapporteren aan onze geldschieters. Wij rapporteren niet daarover aan de grote publiek. Reden daarvoor is dat wij de nodige tijd en uitleg kunnen geven aan grote donateurs. Dit is veel moeilijker naar het groot publiek toe.
Vraag 4
Ja, zie antwoord 3.
Vraag 5
We zijn uiteraard ervan overtuigd dat onze acties zinvol is en het verschil heeft gemaakt voor de bevolkingen betrokken bij onze projecten. Wij zien elke dag mensen die dankbaar zijn omdat een dokteur beschikbaar is geweest voor de familie, omdat er minder problemen zijn met de stockage van de granen en dus meer te eten valt… Langs de andere kant, inciteert intellectuele eerlijkheid ons tot een zekere voorzichtheid en modestie ten opzichte van de lange termijn resultaten van onze projecten, en breder gezien tot de resultaten van ontwikkelingsamenwerking. Er zijn zodanig veel aspecten (politisch, macro-economisch, geopolitisch) met een zeer hoge impact op de socio-economische ontwikkeling van een land en die totaal “out of scope” zijn in onze projecten dat de resultaten relatief zijn.
De eerste regio waar wij aanwezig zijn geweest is zuid-Kivu (RD Congo). Daar zien wij dat, dankzij onze projecten, beschikbaarheid is van een ziekenhuis… Maar we weten ook dat een oorlog alles in een knipoog kan laten verdwijnen.
Oxfam Solidariteit
Oxfam-Solidariteit werkt met zeer complexe processen. Zowel bij het uitvoeren van noodhulp-projecten als programma’s wordt het hoofd geboden aan zeer uiteenlopende aspecten van ontwikkeling. Via de integratie van een doorgedreven risicobeheer in de planning van projecten en programma’s probeert onze organisatie in te spelen op mogelijke gebeurtenissen die het behalen van de geformuleerde doelstelling kunnen bedreigen. Met andere woorden, we proberen zo goed als mogelijk het mislukken van het project te vermijden.
Toch gebeurt het dat projecten of programma’s ontsporen en soms mislukken. Hoe we daar als organisatie mee omgaan hangt sterk af van wat de oorzaak is van de mislukking, wie welke verantwoordelijkheid daarin draagt en of er bijsturing mogelijk is.
In onze externe communicatie spreken we zowel over mislukkingen als over fouten. Toch zijn er voorbeelden van waar we het grote publiek informeerden over mislukkingen, bijvoorbeeld over het falliet van Socra, een coöperatieve vennootschap voor kleine koffieproducenten in El Salvador of hoe Oxfam omging met fouten binnen het beheer van de Tsunami-respons. Transparantie in onze communicatie naar het grote publiek is zeer belangrijk. Om die reden publiceren we dan ook alle evaluatieverslagen van onze projecten op onze website. Eind 2007 publiceerden we een Globo (ons driemaandelijks tijdschrift) over het thema “Verantwoording Afleggen” (zie onze publicatie rond Transparantie: http://www.oxfamsol.be/nl/IMG/pdf/Globo20web_NL_.pdf). Hierin kan u zeker meer informatie vinden.
Naast externe communicatie is ook belangrijk hoe mislukkingen binnen het organisationeel leerproces aan bod komen en hoe daarover met de desbetreffende financierders wordt gecommuniceerd. Jaarlijks rapporteren we aan de financierende overheden over de vooruitgang van programma’s en projecten. In deze rapporten wordt stilgestaan bij de resultaten die wij als organisatie willen behalen en deze worden in het licht gehouden van de gewenste verandering.
In deze rapportering bestaat voldoende ruimte om kritisch na te denken over hoe de projecten en programma’s zich ontwikkelen en of Oxfam-Solidariteit haar resultaten heeft behaald en om bij te sturen waar nodig. Tijdens rapportering worden concrete lessen getrokken om gemaakte fouten te vermijden of om goede praktijken in het licht te stellen. Ook lokale partnerorganisaties worden gestimuleerd om interne leerprocessen te versterken.
Uiteraard blijft de vraag hoe met mislukkingen of fouten wordt omgegaan sterk gelinkt met de cultuur van de organisatie. Daar waar mislukkingen enkel afgestraft worden, zal geen ruimte bestaan om uit fouten te leren. In onze organisatie proberen we zoveel mogelijk feedback-loops te organiseren om kritische reflectie te stimuleren en het leren te bevorderen.
Conclusie
Ik moet even teruggrijpen naar het doel dat ik in de inleiding heb verwoord. Het doel was niet alleen om antwoord op de vragen te krijgen, maar ook om te bezien hoe open NGO’s zijn, hoe kwetsbaar ze zichzelf durven op te stellen en hoe bereikbaar ze zijn voor een doodgewone sterveling (de burger). Het is eeuwig zonde dat sommige organisaties niet meewerken, redenen aangeven dat ze niet in het onderzoek passen of met halfklare antwoorden komen. Het bestaansrecht van deze organisaties valt daarmee weg. Het zijn legitieme vragen geweest en ik kan alleen maar concluderen dat sommige NGO’s niet open durven te zijn en onbereikbaar zijn. Daarmee vervalt hun legitieme plaats in de samenleving. Er is in mijn ogen geen bestaansnut als je niet wilt communiceren. Ik had een andere manier van methoden van onderzoek voor ogen, namelijk het werken van geëtiketteerde antwoorden. Helaas waren er te weinig volwaardige respondenten om hier voor te kiezen. Derhalve heb ik er voor gekozen om de reacties letterlijk weergegeven.
Vier organisaties zagen sport in de vragen, te weten Artsen Zonder Grenzen, Vluchtelingen, Louvain Cooperation au Développement en Oxfam Solidariteit. Het gaat me niet zozeer om de kwaliteit van hun antwoorden, maar veeleer of ze het aandurven een opzetje te maken op confronterende vragen. En dat hebben ze gedaan. Het is toch heerlijk om hun verhaal naast elkaar te lezen? Het gaat er om dat je elkaar opzoekt en in dialoog met elkaar raakt. De verhalen van de vier organisaties dragen daar aan bij. Dat vind ik ontwikkeling. Dat vind ik samenwerking.
Meer lezen van Hans Sluijter:
* Afhankelijkheidsrelatie
* Vergaderverzinsels
* Duivelsdriehoek
* Geen verantwoording door verantwoordelijken
* Goedgezind
* Hoge ambtenaren laten docenten in Tanzania hun kinderen lynchen
* Systeemdenken in kwadranten
* Onderzoek jongeren over statistiek ontwikkelingslanden
* Salarissen directeuren goede doelen (part 2)
* Salarissen directeuren goede doelen (part 1)
* Mijn pendulum met Prof. Dr. Gerrit Huizer
* Ontwikkelingsorganisaties leveren geen bewijzen
* Abraça-me (Omhels me dan); Ter nagedachtenis aan Eef
* Nostalgie anno 1984: voedseltransport naar Polen
* Kinderarbeid in de koekjesfabriek (PR-shoppen met Kidsrights)
* ‘Canned hunt’, kat in het bakkie
* De geheime roze formulieren van Minbuza
* Circulatiesnelheid; een nieuwe stelling voor ontwikkelingseconomie
* De verwoesting van het regenwoud of het koraalrif?
* De Agendatheorie
* De Mangoboom
* Westen rooft ontwikkelingslanden leeg van zijn goud
* Nelson Mandela en Thabo Mbeki beticht van genocide
* Geboortebeperking in Nederland?
* Verslag fraude NOVIB en SACCS


Ik begin Sluijter steeds beter door te krijgen. In het begin had ik wat moeite met zijn redenatie, maar ik zie nu in waar hij naartoe wilt en dan is het een fris gezicht. Het zou een beter lot verdienen dan alleen hier op deze site. Ik vind de afstand tussen burger en organisaties en diens hulp ook een kloof. Sluijter steekt zijn nek uit, zijn eigen reputatie….wie ging hem voor? Ik ben het niet altijd eens met Sluijter, maar hij doet fantastisch werk. Hij loopt niet in de maat en zoekt, wikt en weegt. Als ik dan kijk naar de meer bekendere tegenwichten in NL (lees: viceversa), dan vind ik hen nogal gemanierd kritisch. Sluijter schreef ooit: sommige journalisten zijn niet VRIJ omdat alles en iedereen afhankelijk zijn van subsidies.
Het is jammer dat niet alle organisaties mee hebben gedaan aan dit onderzoek. De vragen zijn interessant, de antwoorden dito. Leuke discussie. Jammer dat Updaid verkocht gaat worden via eBay.